Skip to content
Aanpassingsvermogen Nederlandse agrariërs ongekend bijzonder

‘Het aanpassingsvermogen van Nederlandse agrariërs is echt ongekend bijzonder’

Tekst: Tys Hallema, Sandra Kuiper redactie Economie Nieuwe Oogst
Publicatie: Nieuwe Oogst online, 20 dec 2025.

Tien jaar geleden dook Nieuwe Oogst met de serie Jonge Helden in het leven van Nederlandse boeren en tuinders. In deze eindejaarsspecial blikken we samen met een aantal van hen terug en vooruit. Daarnaast spreken we voormalig NAJK-voorzitter Andre Arfman, de huidige jongerenvertegenwoordiger Petra Commijs van LTO Noord en agrarisch coach Dik Veefkind van AgroCoach. Hoe kijken zij naar de kansen en uitdagingen van toen, nu en in de toekomst? Duidelijk wordt dat het aanpassingsvermogen van de Nederlandse agrariërs echt ongekend bijzonder is.

Dat er in de afgelopen tien jaar veel is gebeurd, is geen nieuws. Voor het verschijnen van het eerste portret in de serie Jonge Helden had de melkveehouderij al afscheid genomen van het melkquotum, maar kwam het fosfaatrechtenstelsel daarvoor terug. Later kwam daar, naast de vele andere ontwikkelingen, ook nog eens de stikstofproblematiek bij. Daarvoor hebben politici nog steeds geen duidelijke kaders opgenomen in de wet.

De ontwikkelingen in andere deelsectoren stonden ook niet stil. Denk aan de varkens-, pluimvee-, geiten- en schapenhouderij, maar zeker ook aan de akker- en tuinbouwsector, waar het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen al langer ter discussie staat. De agrarische sector ligt al jaren onder een vergrootglas.

Dat agrarisch ondernemers een behoorlijk aanpassingsvermogen hebben om zichzelf, hun bedrijf en de omgeving toekomstperspectief te bieden, blijkt uit allerlei voorbeelden die de afgelopen jaren de revue zijn gepasseerd. Er werd geïnnoveerd en geïnvesteerd in de nieuwste, duurzaamste klimaat-, milieu- en diervriendelijke systemen en toekomstbestendige nevenactiviteiten.

Wat ons opvalt is dat de jongere generatie het stikstofprobleem als het nieuwe normaal gaat zien
Dik Veefkind, agrarisch coach

‘Ja, er is veel gebeurd’, beaamt Andre Arfman, die van 2016 tot en met 2020 voorzitter was van het Nederlands Agrarisch Jongeren Kontakt (NAJK). ‘Bij mijn aantreden als NAJK-voorzitter stond de melkveesector al aan de vooravond van een roerige periode. Tot op de dag van vandaag spelen er nog steeds zaken die toen ook al speelden.’

Kijk naar fosfaat en mestplaatsingsruimte, maar bijvoorbeeld ook naar het pachtdossier, vervolgt Arfman. ‘Daarbij zetten wij ons toen al in voor langdurige overeenkomsten. Er wordt op veel dossiers gezocht naar oplossingen, maar die blijven helaas uit.’ Toch blijven ondernemers innoveren en investeren, om altijd een stap voor te zijn.

In 2017 schetste Arfman zijn toekomstbeeld van de agrarische sector. Toen liep het aantal agrariërs en potentiële bedrijfsopvolgers al terug. ‘We zagen dat jongeren minder genegen waren het bedrijf over te nemen. In het verleden was het vanzelfsprekend dat het ouderlijk bedrijf werd voortgezet, maar dat is in de afgelopen jaren veranderd. Jongeren maakten toen al bewustere en toekomstgerichte keuzes, bijvoorbeeld door te kiezen voor een goede opleiding. Dat maakt de sector ook sterker en zorgt voor betere ondernemers.’

Hoog op Europese agenda
Dat proces is nog steeds gaande, weet Arfman. ‘Door alle ontwikkelingen en de negativiteit van buitenaf, maar ook door beklemmende regelgeving kan ik mij heel goed voorstellen dat jongeren zich bedenken of naar het buitenland emigreren om daar te gaan boeren. Gelukkig is daar nu veel meer aandacht voor dan in het verleden en staat toekomstperspectief voor deze doelgroep hoog op de Europese agenda.’

In het interview in 2017 sprak Arfman de verwachting uit dat de melkveesector mogelijk terug zou gaan naar een situatie als in het quotumtijdperk. ‘Waarbij bedrijven in stapjes groeien’, legde hij uit. Ook voorspelde hij dat er een grotere diversiteit aan bedrijven zou gaan komen. ‘Denk aan verbreding, zoals zelfzuivelen, of aan het produceren voor bepaalde melkstromen van de zuivelfabriek.’

Die voorspelling is uitgekomen. ‘Deze ontwikkelingen werden toen al een beetje in gang gezet’, aldus Arfman. ‘Schaalvergroting was eigenlijk al niet meer mogelijk en ook op dit moment kunnen melkveehouders vrijwel geen grote stappen zetten, omdat de vergunningverlening plat ligt. Zij kijken naar andere mogelijkheden om hun bedrijf toekomstbestendig te houden, want als groei in omvang niet mogelijk is, wat dan wel? En wat past bij jou als ondernemer op de huidige locatie?’

Bij stijgende kosten moet je je omzet vergroten om het hoofd boven water te houden, stelt Arfman. ‘Je kunt niet niks doen. Een bedrijf kan niet stilstaan, je moet door. Op welke manier dan ook. Voor sommige ondernemers, ook in andere deelsectoren, betekent het dat zij zich opnieuw moeten uitvinden. En die kans pakken veel ondernemers gelukkig met beide handen aan.’

Ondanks de uitdagingen in de sector, ziet Arfman dat er een mooie toekomst ligt voor agrariërs in Nederland. ‘De klimatologische omstandigheden hier zijn goed. We beschikken over heel vruchtbare gronden. Daarnaast blijft voedselproductie altijd nodig.’ Wel ziet hij een verandering: ‘Door de geopolitieke ontwikkelingen willen we als maatschappij niet overal meer van afhankelijk zijn en kijken we anders naar voedselimport. Voedselproductie in eigen land wordt steeds belangrijker.’

En niet alleen op dat vlak blijft de agrarische sector belangrijk. ‘Ook voor de periferie van onze sector: de bedrijven, werkgelegenheid en economie om ons heen. We kunnen niet zonder elkaar, we hebben elkaar nodig. Ook voor innovatie van de hele sector. Op dat vlak zie ik toekomstperspectief’, aldus de voormalig NAJK-voorzitter.

Passie en zorgen
Agrarisch coach Dik Veefkind uit het Noord-Hollandse Heerhugowaard ziet, behalve de passie, ook grote zorgen onder jonge boeren en tuinders over het toekomstperspectief van agrarische bedrijven. ‘Daar moeten we eerlijk over zijn. Vragen als ‘kan ik überhaupt nog boer worden’ of ‘is mijn bedrijf levensvatbaar’ zijn aan de orde van de dag. Dat schrijf ik met name toe aan het beroerde en zwalkende overheidsbeleid, met de stikstofcrisis als belangrijkste uitwas’, legt hij uit.

Veefkind begeleidt zowel jonge boeren, ervaren boeren als stoppers. Met zijn 35 jaar ervaring in de sector heeft hij meerdere generaties agrariërs van dichtbij meegemaakt. ‘Ik zie bij veel jonge boeren, ongeacht de sector, veel passie voor het vak. Het ambitieniveau ligt erg hoog, of dat nou om het vergroten of verbreden van het bedrijf gaat of het halen van betere technische resultaten’, constateert hij.

Wat Veefkind ook ziet, is dat jongeren de stikstofproblematiek als het nieuwe normaal gaan zien, een gegeven waar je als ondernemer nou eenmaal mee te maken hebt en waarin je een weg moet vinden. ‘De oudere generatie vraagt zich af waar jongeren aan beginnen, waar ze zin in hebben. Maar jongeren zeggen wel kansen en mogelijkheden te zien. Natuurlijk is het stikstofprobleem lastig en werkt dit remmend, maar je kunt blijven schoppen en blijven hangen in oude sentimenten, of de situatie accepteren en doorgaan.’

Veefkind denkt dat deze houding is te herleiden naar het steeds hogere opleidingsniveau van agrariërs. Doordat jongeren vaak een breder beeld hebben van de mogelijkheden voor hun bedrijf dan de generaties voor hen, ontwikkelen ze een duidelijke visie op de positie van hun bedrijf in het maatschappelijk speelveld. ‘En daar horen keuzes bij die passen bij de toekomstbestendigheid van hun onderneming.’

Een groot verschil met vroeger is de zichtbaarheid van de landbouw in de samenleving. Veefkind heeft dit in de loop der jaren stevig zien veranderen. Sociale media spelen hierin een grote rol. In veel gevallen pakt dit positief uit, ondernemers kunnen hun activiteiten op een positieve manier tonen, maar er zit ook een negatieve kant aan.

‘De maatschappij vindt van alles over de sector en uit zich daarover. Thema’s die nu actueel zijn vinden maatschappelijk veel meer weerklank’, licht Veefkind toe. ‘Neem als voorbeeld de invoer van het melkquotum in de jaren tachtig. Dat was een heel ding, maar niet het hele land had het erover. MINAS haalde niet eens het nieuws. Dat is nu wel anders. Als ondernemer moet je je daartoe zien te verhouden.

Richting de toekomst denkt Veefkind dat het steeds belangrijker wordt voor jonge boeren om verschillende vaardigheden in huis te hebben. ‘In de agrarische sector wordt je voor een groot deel gewaardeerd op je arbeidsinzet. Maar de groep die alleen daarop inzet, gaat het niet redden als ondernemer. Je moet financieel onderlegd zijn, je administratie op orde hebben, op de hoogte zijn van wet- en regelgeving en de juiste adviespartners hebben’, somt hij op.

Veefkind benadrukt dat het ondernemerschap echt wat van jonge boeren vraagt. ‘Je bent ondernemer in een veranderende tijd. Een deel van de agrariërs onderschat dat. Ouders zouden vaker de vraag moeten stellen of hun kind het ondernemerschap wel in zich heeft. De vanzelfsprekendheid dat zoon of dochter het bedrijf overneemt, is nog steeds groot. Natuurlijk kan dat, maar daar horen wel kritische vragen bij. Goed kunnen trekkerrijden of koeien melken maakt je nog geen ondernemer.’

Stip op de horizon
Jongerenvertegenwoordiger Petra Commijs van LTO Noord herkent de uitspraken van Veefkind wel, vooral wat betreft de passie onder jonge boeren en tuinders en dat zij het stikstofprobleem als het nieuwe normaal gaan zien. ‘Wat mij opvalt is dat zij echt klaarstaan voor wat komen gaat. ‘Kom maar op met die regels, we gaan het regelen’, is hun instelling. Als we maar een stip op de horizon hebben. Dan kunnen we aan de hand daarvan wel zien of we die weg links- of rechtsom inslaan.’

Natuurlijk hebben jongeren zorgen, benadrukt Commijs, maar optimisme en doorzettingsvermogen overheersen. ‘De kracht van de jongere generatie is dat zij strategisch denkt: hoe kunnen wij ons bedrijf zodanig inrichten dat het klaar is voor de toekomst?’ Ondanks het rumoer in de sector, ziet ze veel potentiële bedrijfsopvolgers om haar heen.

‘Het aanpassingsvermogen van Nederlandse agrariërs is ongekend bijzonder’, benadrukt Commijs. ‘De meesten staan er ondanks alles positief in. Boer zijn is niet zomaar een beroep. Het is een ‘way of life’, een vakmanschap. Je zet je met hart en ziel in voor je bedrijf en zorgt er op alle manieren voor dat je door kunt met je onderneming.’

Dik Veefkind is agrarisch coach, mediator en trainer en begeleidt agrarisch ondernemers en erfbetreders. Heb je naar aanleiding van dit artikel vragen of behoefte aan een goed gesprek? Neem dan contact met Dik op. Mail naar: info@agrocoach.nl of bel rechtstreeks: 06-53583325.

Lees het originele artikel ‘Aanpassingsvermogen Nederlandse agrariërs ongekend bijzonder´ hier

AgroCoach is de praktijk van Dik Veefkind, gespecialiseerd in begeleiding van agrarische families en ondernemers die op een kruispunt staan. Met drie kerngebieden – coaching, mediation en trainingen – ondersteunt hij mensen in een sector waar werk, familie en erf vaak nauw verweven zijn. Als agrarisch coach helpt Dik ondernemers die vastlopen, willen veranderen of op zoek zijn naar rust, overzicht en richting. Met mediation biedt hij een veilige, begeleide ruimte bij conflicten op het erf, in het gezin of binnen het bedrijf – zodat er weer echt gesproken én geluisterd wordt. Daarnaast verzorgt AgroCoach trainingen voor erfbetreders, adviseurs en teams in de agrarische sector, gericht op communicatie, samenwerking en omgaan met spanningen. Altijd met oog voor de mens, met respect voor het bedrijf en de realiteit van het boerenbestaan.

Back To Top

Dik Veefkind

Ik reageer zo snel als ik kan

Indien je hulp nodig hebt kun je mij bellen, mailen of een whatsapp bericht sturen. Ik sta graag voor je klaar.